verkeerden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·keer·den

Werkwoord

vervoeging van
verkeren

verkeerden

  1. meervoud verleden tijd van verkeren
    • Wij verkeerden. 
    • Jullie verkeerden. 
    • Zij verkeerden.