verifieerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ve·ri·fi·eer·de

Werkwoord

vervoeging van
verifiëren

verifieerde

  1. enkelvoud verleden tijd van verifiëren
    • Ik verifieerde. 
    • Jij verifieerde. 
    • Hij, zij, het verifieerde.