verhoogde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·hoog·de

Deelwoord

verhoogde

  1. verbogen vorm van het voltooid deelwoord verhoogd van verhogen

Bijvoeglijk naamwoord

verhoogde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van verhoogd

Werkwoord

vervoeging van
verhogen

verhoogde

  1. enkelvoud verleden tijd van verhogen
    • Ik verhoogde. 
    • Jij verhoogde. 
    • Hij, zij, het verhoogde.