Naar inhoud springen

verhoog

Uit WikiWoordenboek
  • ver·hoog
enkelvoud meervoud
naamwoord verhoog verhogen
verkleinwoord verhoogje verhoogjes

hetverhoogo

  1. een verhoogde plaats, een podium
    • Zij was op het verhoog gaan staan om beter de mensen te kunnen toespreken. 
vervoeging van
verhogen

verhoog

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verhogen
    • Ik verhoog. 
  2. gebiedende wijs van verhogen
    • Verhoog! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verhogen
    • Verhoog je? 
96 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be