verhonger
Uiterlijk
- ver·hon·ger
| vervoeging van |
|---|
| verhongeren |
verhonger
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verhongeren
- Ik verhonger.
- gebiedende wijs van verhongeren
- Verhonger!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verhongeren
- Verhonger je?
- Het woord verhonger staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.