verhogen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ho·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van hoog met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verhogen
verhoogde
verhoogd
zwak -d volledig

Werkwoord

verhogen

  1. overgankelijk hoger doen worden
    • De regering verhoogde de uitgaven ter stimulering van de economie. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

verhogen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verhoog

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be