verhevigen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·he·vi·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van hevig met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verhevigen
verhevigde
verhevigd
zwak -d volledig

Werkwoord

verhevigen

  1. overgankelijk heviger maken
    • De economische problemen werden door de genomen maatregelen alleen maar verhevigd. 
  2. ergatief heviger worden
    • De economische problemen verhevigden sterk. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be