verheven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·he·ven
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: verheffen…
geen verbogen vorm

verheven

  1. voltooid deelwoord van verheffen
     Op de PCT werd 21 juni elk jaar naakt gevierd, ‘Hike Naked Day’. Waarschijnlijk een uit de hand gelopen grap die inmiddels tot traditie was verheven.[1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verheven verhevener verhevenst
verbogen (verhevenere) verhevenste
partitief verhevens verheveners -

Bijvoeglijk naamwoord

verheven

  1. beter dan het alledaagse
    • De dichter sprak op verheven toon. 
    • Dat is een verheven gedachte 
     De geur van groene zeep, het geknetter van het verse en harsrijke brandhout in de speksteenkachel en het vliesje ijs op de pis waren dus een reinigingsbad voor zijn ziel, een verheven herinnering aan hoeveel hij aan God te danken had.[2]

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be