verheimelijk
Uiterlijk
- ver·hei·me·lijk
| vervoeging van |
|---|
| verheimelijken |
verheimelijk
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verheimelijken
- Ik verheimelijk.
- gebiedende wijs van verheimelijken
- Verheimelijk!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verheimelijken
- Verheimelijk je?
- Het woord verheimelijk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.