verhaftet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·haf·tet
Woordherkomst en -opbouw
  • Duitse werkwoordsvorm met het voorvoegsel ver-

Werkwoord

habe verhaftet

  1. eerste persoon enkelvoud voltooid (verleden) deelwoord aantonende wijs bedrijvende vorm van verhaften

habe verhaftet

  1. eerste persoon enkelvoud voltooid (verleden) deelwoord aanvoegende wijs bedrijvende vorm van verhaften

Werkwoord

verhaftet habe

  1. bijzinvorm eerste persoon enkelvoud voltooid (verleden) deelwoord aantonende wijs bedrijvende vorm van verhaften

verhaftet habe

  1. bijzinvorm eerste persoon enkelvoud voltooid (verleden) deelwoord aanvoegende wijs bedrijvende vorm van verhaften

Werkwoord

wurde verhaftet

  1. eerste persoon enkelvoud voltooid (verleden) deelwoord aantonende wijs lijdende vorm van verhaften

wurde verhaftet

  1. derde persoon enkelvoud voltooid (verleden) deelwoord aantonende wijs lijdende vorm van verhaften

Werkwoord

wurde verhaftet

  1. eerste persoon enkelvoud verleden tijd aantonende wijs lijdende vorm van verhaften

wurde verhaftet

  1. derde persoon enkelvoud verleden tijd aantonende wijs lijdende vorm van verhaften
    «Ein Spion wurde in Värmland verhaftet
    Een spion werd gearresteerd in Värmland.

Werkwoord

verhaftet wurde

  1. bijzinvorm eerste persoon enkelvoud verleden tijd aantonende wijs lijdende vorm van verhaften

verhaftet wurde

  1. bijzinvorm derde persoon enkelvoud verleden tijd aantonende wijs lijdende vorm van verhaften