verhaastte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·haast·te

Werkwoord

vervoeging van
verhaasten

verhaastte

  1. enkelvoud verleden tijd van verhaasten
    • Ik verhaastte. 
    • Jij verhaastte. 
    • Hij, zij, het verhaastte.