vergroeiing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·groei·ing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vergroeiing vergroeiingen
verkleinwoord vergroeiinkje vergroeiinkjes

Zelfstandig naamwoord

vergroeiing v

  1. aan elkaar groeien van zaken die eigenlijk gescheiden hadden moeten blijven
    • Afhankelijk van de manier waarop een lichaamsdeel mismaakt is bestaan er enkele synoniemen voor het verschijnsel, zoals vergroeiing bij lichaamsdelen die aan elkaar vast zijn gegroeid waar ze normaal gesproken los van elkaar horen te zitten. 

Meer informatie

Gangbaarheid