vergoedden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·goed·den

Werkwoord

vervoeging van
vergoeden

vergoedden

  1. meervoud verleden tijd van vergoeden
    • Wij vergoedden. 
    • Jullie vergoedden. 
    • Zij vergoedden.