vergissing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·gis·sing
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van vergissen met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord vergissing vergissingen
verkleinwoord vergissinkje vergissinkjes

Zelfstandig naamwoord

vergissing v

  1. iets doen dat niet juist is, of een verkeerde conclusie trekken
    • Een vergissing begaan. 
    • Ik sloeg per vergissing linksaf in plaats van naar rechts te gaan. 
  2. iets doen dat slecht afloopt of ongelukkige gevolgen heeft
    • Op vakantie gaan naar Irak bleek een vergissing. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie