vergissen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·gis·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vergissen
vər'ɣɪsə(n)
vergiste
vər'ɣɪstə
vergist
vər'ɣɪst
zwak -t volledig

Werkwoord

vergissen

  1. wederkerend zich ~: tot een foutieve conclusie komen, meestal te goeder trouw
    • Hij vergiste zich in het huisnummer en klopte aan bij een wildvreemde. 
     Maar vergis je niet, dit was geen utopisch paradijs.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be