vergismoord

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·gis·moord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vergismoord vergismoorden
verkleinwoord vergismoordje vergismoordjes

Zelfstandig naamwoord

vergismoord m / v

  1. moord op iemand anders dan het beoogde slachtoffer (ten gevolge van persoonsverwisseling)
    • Ook de vergismoord op Rob Zweekhorst, die op nieuwjaarsdag 2014 werd doodgeschoten toen hij zijn honden uitliet, houdt verband met de ruzie over de onderschepte drugs. [1]
    • In de geruchtensfeer worden hij en zijn collega’s in verband gebracht met de moord op een Rotterdamse politieagent en met de ‘vergismoord’ op het echtpaar in Beckum. [2]

Gangbaarheid

Verwijzingen