vergiet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Plastic vergiet
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·giet
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘teiltje met gaten’ voor het eerst aangetroffen in 1901 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord vergiet vergieten
verkleinwoord vergietje vergietjes

Zelfstandig naamwoord

vergiet v / m / o

  1. (huishouden) uitdruipbak met gaatjes in de bodem
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vergieten

vergiet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van vergieten
  2. gebiedende wijs van vergieten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen