vergevorderd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ge·vor·derd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vergevorderd vergevorderder vergevorderdst
verbogen vergevorderde vergevorderdere vergevorderdste
partitief vergevorderds vergevorderders -

Bijvoeglijk naamwoord

vergevorderd [1]

  1. dat iets bijna klaar of afgelopen is
    • Wederopbouw Atjeh vergevorderd, maar het werk is niet af[2] 
    • Het zit een Canadese vrouw met vergevorderde borstkanker toch even een beetje mee. De vrouw won maar liefst 1,5 miljoen dollar (990.000 euro) met de loterij en kon daardoor haar baan opzeggen om zich te concentreren op haar behandeling. Ze was eerder juist uit financieel oogpunt genoodzaakt door te blijven werken.[3] 
    • 'We weten uit verpleeghuisonderzoek dat maar een heel klein deel van de dementiepatiënten in zo'n vergevorderd eindstadium van de ziekte zit, dat dat een directe aanleiding is tot sterfte.'[4] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Annemarie Samuels 27 december 2014
  3. Tubantia HLN 25-NOVEMBER-2017
  4. Volkskrant Ronald Veldhuizen 16 oktober 2017
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be