vergelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ge·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van geel met het voorvoegsel ver-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vergelen
vergeelde
vergeeld
zwak -d volledig

Werkwoord

vergelen

  1. ergatief geel worden door veroudering of invloed van de omgeving
    • Alle oude foto's waren vergeeld. 
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.