vergadert

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ga·dert

Werkwoord

vervoeging van
vergaderen

vergadert

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vergaderen
    • Jij vergadert. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vergaderen
    • Hij vergadert. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van vergaderen
    • Vergadert!