verfrommelde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·from·mel·de

Werkwoord

vervoeging van
verfrommelen

verfrommelde

  1. enkelvoud verleden tijd van verfrommelen
    • Ik verfrommelde. 
    • Jij verfrommelde. 
    • Hij, zij, het verfrommelde. 
  2. verbogen vorm van verfrommeld, voltooid deelwoord van verfrommelen