verflensten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·flens·ten

Werkwoord

vervoeging van
verflensen

verflensten

  1. meervoud verleden tijd van verflensen
    • Wij verflensten. 
    • Jullie verflensten. 
    • Zij verflensten.