verflaag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • verf·laag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verflaag verflagen
verkleinwoord verflaagje verflaagjes

Zelfstandig naamwoord

verflaag v/m

  1. (bouwkunde) een laag verhard, vaak met pigment gekleurd materiaal ooit aangebracht in vloeibare vorm
    • Ik heb er wel zeven verflagen van af staan schrappen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.