verfijnde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·fijn·de

Bijvoeglijk naamwoord

verfijnde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van verfijnd

Werkwoord

vervoeging van
verfijnen

verfijnde

  1. enkelvoud verleden tijd van verfijnen
    • Ik verfijnde. 
    • Jij verfijnde. 
    • Hij, zij, het verfijnde. 
  2. verbogen vorm van verfijnd, voltooid deelwoord van verfijnen