verfde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • verf·de

Werkwoord

vervoeging van
verven

verfde

  1. enkelvoud verleden tijd van verven
    • Ik verfde. 
    • Jij verfde. 
    • Hij, zij, het verfde.