verdoemenis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·doe·me·nis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verdoemenis
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verdoemenis v

  1. de plaats waar de duivel woont
    • De priesters dreigden met hel en verdoemenis als je niet helemaal volgens de regels van de kerk leeft. 
  2. een heel slechte plaats

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen