verdisconteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·dis·con·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verdisconteren
verdisconteerde
verdisconteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

verdisconteren

  1. overgankelijk rekening houden met, incalculeren
    • Dat werd op ingenieuze wijze verdisconteerd. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen