verdiepte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·diep·te

Werkwoord

vervoeging van
verdiepen

verdiepte

  1. enkelvoud verleden tijd van verdiepen
    • Ik verdiepte. 
    • Jij verdiepte. 
    • Hij, zij, het verdiepte.