verdenking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·den·king
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van verdenken met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord verdenking verdenkingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verdenking v

  1. het vermoeden van het uitvoeren van een (strafbaar) feit
    • Bij de supermarkt aan de Iepenlaan in Woerden heeft de politie maandagochtend een 17-jarige jongen uit Litouwen aangehouden op verdenking van diefstal van boodschappen met een winkelwaarde van € 57,-. De dief wilde die morgen rond tien uur een winkelwagen vol boodschappen zonder te betalen de winkel uitloodsen. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad 09-12-2008 Achtervolging jeugdige winkeldief in Woerden