verdenken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·den·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verdenken
verdacht
verdacht
zwak -cht volledig

Werkwoord

verdenken

  1. overgankelijk iemand ~ van van iemand een kwaad vermoeden hebben
    • Zij verdenken hun buurjongen van het maken van krassen in hun auto. 
Synoniemen
  • aankijken op
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • verdenken van
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.