verdeluwen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·de·lu·wen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het verouderde deluw (vaal, bleek) met het voorvoegsel ver- of afgeleid van het verouderde werkwoord deluwen met het voorvoegsel ver-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verdeluwen
verdeluwde
verdeluwd
zwak -d volledig

Werkwoord

verdeluwen

  1. ergatief (verouderd) het slap worden en wegteren, meestal van afgesneden plantenmateriaal door uitdroging
    • De bloemen waren reeds verdeluwd. 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid