verdachte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·dach·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verdachte verdachten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verdachte m

  1. (juridisch) iemand die mogelijk een misdaad gepleegd heeft, maar (nog) niet veroordeeld is
    • De verdachte werd ondervraagd door de politie. 
    • Een overval met dodelijke afloop, vier verdachten, maar tegen een van hen is weinig bewijs. Dan zet de officier van justitie druk op de zaak en verklaart de rechter het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk, iets dat zelden voorkomt. Donderdag oordeelt het gerechtshof over de rol van het OM. [1] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: verdenken
verbogen vorm: verdachtee

verdachte

  1. verbogen vorm van verdacht, voltooid deelwoord van verdenken

Bijvoeglijk naamwoord

verdachte

  1. verbogen vorm van de stellende trap van verdacht

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen