verchroom
Uiterlijk
- ver·chroom
| vervoeging van |
|---|
| verchromen |
verchroom
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verchromen
- Ik verchroom.
- gebiedende wijs van verchromen
- Verchroom!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verchromen
- Verchroom je?
- Het woord verchroom staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.