verbruikt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bruikt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verbruiken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verbruiken

verbruikt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verbruiken
    • Jij verbruikt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verbruiken
    • Hij verbruikt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van verbruiken
    • Verbruikt! 
vervoeging van: verbruiken…
verbogen vorm: verbruikte

verbruikt

  1. voltooid deelwoord van verbruiken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be