verbeterlijk
Uiterlijk
- ver·be·ter·lijk
- Naamwoord van handeling van verbeteren met het achtervoegsel -lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | verbeterlijk | verbeterlijker | verbeterlijkst |
| verbogen | verbeterlijke | verbeterlijkere | verbeterlijkste |
| partitief | verbeterlijks | verbeterlijkers | - |
verbeterlijk [1]
- Verbeterd of hersteld kunnende worden, te verbeteren of te herstellen
- Het woord 'verbeterlijk' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.