verbande
Uiterlijk
- ver·ban·de
| vervoeging van |
|---|
| verbannen |
verbande
- enkelvoud verleden tijd van verbannen
- Ik verbande.
- Jij verbande.
- Hij, zij, het verbande.
- Ik verbande.
- Het woord verbande staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.