verantwoord

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ant·woord
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verantwoord verantwoorder verantwoordst
verbogen verantwoorde verantwoordere verantwoordste
partitief verantwoords verantwoorders -

Bijvoeglijk naamwoord

verantwoord

  1. goed overwogen en veilig
Antoniemen

Werkwoord

vervoeging van
verantwoorden

verantwoord

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verantwoorden
    • Ik verantwoord. 
  2. gebiedende wijs van verantwoorden
    • Verantwoord! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verantwoorden
    • Verantwoord je? 
  4. voltooid deelwoord van verantwoorden

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.