verafgoden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
verafgoden verafgodend
verafgoding verafgood
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·af·go·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verafgoden
verafgoodde
verafgood
zwak -d volledig

Werkwoord

verafgoden

  1. overgankelijk een overdreven bewondering koesteren
    • Hij werd door die tieners regelrecht verafgood. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.