verafgoden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
verafgoden verafgodend
verafgoding verafgood
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·af·go·den
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van afgod met het voorvoegsel ver-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verafgoden
verafgoodde
verafgood
zwak -d volledig

Werkwoord

verafgoden

  1. (overgankelijk) een overdreven bewondering koesteren
    Hij werd door die tieners regelrecht verafgood.
Verwante begrippen
Vertalingen