ventte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vent·te

Werkwoord

vervoeging van
venten

ventte

  1. enkelvoud verleden tijd van venten
    • Ik ventte. 
    • Jij ventte. 
    • Hij, zij, het ventte.