venijnig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ve·nij·nig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van venijn met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen venijnig venijniger venijnigst
verbogen venijnige venijnigere venijnigste
partitief venijnigs venijnigers -

Bijvoeglijk naamwoord

venijnig

  1. met een bedekte maar felle woede
    Het venijnige mens maakte weer pinnige opmerkingen.
Afgeleide begrippen