veinzen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vein·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
veinzen
veinsde
geveinsd
zwak -d volledig

Werkwoord

veinzen

  1. (inergatief) zich onecht voordoen, iemand in de waan trachten te brengen
    Hij veinsde er niets mee te maken te hebben, ook al was hij de voornaamste boosdoener.
Vertalingen