veinzen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vein·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
veinzen
veinsde
geveinsd
zwak -d volledig

Werkwoord

veinzen

  1. inergatief zich onecht voordoen, iemand in de waan trachten te brengen
    • Hij veinsde er niets mee te maken te hebben, ook al was hij de voornaamste boosdoener. 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.