veilingmeester

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de plaats waar de veilingmeester staat bij een veiling
Uitspraak
Woordafbreking
  • vei·ling·mees·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord veilingmeester veilingmeesters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

veilingmeester m [1]

  1. (beroep) iemand die een (openbare) verkoping leidt
    • CNN zorgde de afgelopen dagen voor enorme ophef met een filmpje van een slavenveiling nabij de Libische hoofdstad Tripoli. Het is 2017, maar in het filmpje gaan migranten uit Nigeria en Mali (‘koopwaar’, zoals de veilingmeester hen noemt) van de hand voor 300 tot 800 euro.[2] 
    • Daar zit ik, hoestende smoking met griep en extra vest aan, achter het toneel. Roerend in een bloemenvaasje thee met honing rillerig te wachten tot ik op moet. In mijn rol als veilingmeester wordt mijn stem even later flink op de proef gesteld en slaat-ie diverse malen over.[3] 
    • Erfgenamen vissen weleens vaker waardevolle eigenaardigheden uit een nalatenschap. In november vorig jaar trof een Fransman 39 zorgvuldig verstopte goudstaven aan in het deftige huis dat een overleden oom hem naliet. Een kruiptocht door de rest van het pand leverde hem ook nog eens vijfduizend gouden munten op. Het goud was verborgen in blikjes, onder wasgoed en zelfs in een lege whiskyfles. Volgens de lokale veilingmeester leverde de goudschat 3,5 miljoen euro op.[4] 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 24 NOVEMBER 2017
  3. Tubantia Paul de Leeuw 26-NOVEMBER-2017
  4. Volkskrant Remco Andersen 21 december 2017