veeg
Uiterlijk
- veeg
- In de betekenis van ‘ten dode gedoemd’ voor het eerst aangetroffen in 1276 [1]
- zn v/m: Naamwoord van handeling van vegen ww [2][3]
- zn v: vrouwelijke vorm van "veger", iemand die van aanpakken weet [4][5]
- bn: van Middelnederlands veghe "bijna dood" dat teruggaat op Protogermaans *faigja- [6][7]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | veeg | vegen |
| verkleinwoord | veegje | veegjes |
- klap
- vlek ontstaan door vegen
- ▸ 'Hoor je me? Wegwezenl' Nella deinst achteruit, geschokt door de felheid in Marens stem, haar furieuze blik de schokkende veeg bloed op haar wang.[8]
- ▸ En zag opeens een veeg grijs in zijn haar die me eerder nog niet was opgevallen.[9]
- ▸ Hoezo? Is er iets mee?' Ze liet haar duim over de hals glijden, een schone veeg door het stof.[10]
- slag of streek
- ▸ Die kan wel een veeg lippenstift gebruiken.[11]
[3] "slag of streek"
- Een veeg uit de pan krijgen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | veeg | vegen |
| verkleinwoord | veegje | veegjes |
de veeg v
- een lastige en venijnige vrouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | veeg | veger | veegst |
| verbogen | vege | vegere | veegste |
| partitief | veegs | vegers | - |
veeg
- niets goeds voorspellend
- Dat is een veeg teken.
- ▸ Achteraf was het een veeg teken.[11]
- (verouderd) bijna dood
- (verouderd) zwak
- [1] onheilspellend, hachelijk, omineus
[1] "niets goed voorspellend"
- Een veeg teken
Een slecht voorteken
[3] "zwak"
- Het vege lijf [trachten te] redden
Voor een gevaar vluchten, zichzelf in veiligheid brengen
- Zo veeg zijn als een luis op een kam
In groot gevaar zijn.
| vervoeging van |
|---|
| vegen |
veeg
- Het woord veeg staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "veeg" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[12] |
- ↑ "veeg" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ veeg op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ veeg op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ veeg op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - 1 2 3 Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - 1 2 Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %