vechter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vech·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vechter vechters
verkleinwoord vechtertje vechtertjes

Zelfstandig naamwoord

vechter m

  1. iemand die een gevecht niet uit de weg gaat
    • Hij is een echte vechter. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.