vatbaarheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vat·baar·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vatbaarheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vatbaarheid v [1]

  1. het gevoelig zijn voor iets; het kunnen overnemen van een eigenschap
    • De eurocommissaris wijt de recente 'marktturbulentie' aan de vatbaarheid van de financiële markten voor 'kuddegedrag en massapaniek'. Volgens hem is de economische toestand van de eurozone solide. 'Om het vertrouwen terug te brengen, moeten de betreffende landen wel rigoureus bezuinigen'. [2] 
    • Een link tussen creatief talent en vatbaarheid voor depressies is in diverse wetenschappelijke studies aangetoond. Toeval is het dus niet dat artistiek begaafde personen er relatief vaak slachtoffer van worden. [3] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen