Naar inhoud springen

varkenspootjes

Uit WikiWoordenboek
  • var·kens·poot·jes
[3] enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord - varkenspootjes

devarkenspootjesmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord varkenspootje
  2. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord varkenspoot
     Alleen al het inkopen doen voor de kerstmaaltijd. En het je herinneren hoe het zat met dadels en speculaas, het dopen van stukjes brood in hambouillon, varkenspootjes, stokvis met piment en witte saus op Zweedse wijze of spek in eigen vet, mosterd en doperwtenpuree op Noorse wijze, welke soorten noten verplicht waren — en op het laatste moment op kerstavond zelf notenkrakers aanschaffen —, rolham, haring en rijstebrij.[2]
  3. alleen verkleinwoord geen meervoud (voeding) spierweefsel uit de ledematen van zwijnen als (deel van een) gerecht
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “De tweede doodzonde” (2020), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044645149