varaan
Uiterlijk
- va·raan
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hagedis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1858 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | varaan | varanen |
| verkleinwoord | varaantje | varaantjes |
de varaan m
- Het woord varaan staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "varaan" herkend door:
| 77 % | van de Nederlanders; |
| 83 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "varaan" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be