vanzelfsprekend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • van·zelf·spre·kend
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vanzelfsprekend vanzelfsprekender vanzelfsprekendst
verbogen vanzelfsprekende vanzelfsprekendere vanzelfsprekendste
partitief vanzelfsprekends vanzelfsprekenders -

Bijvoeglijk naamwoord

vanzelfsprekend

  1. overduidelijk geldend, zonder verdere uitleg duidelijk
    • Creativiteit en flexibiliteit zijn vanzelfsprekende vereisten. 
    • De band tussen school en kerk was vroeger een vanzelfsprekende zaak. 

Bijwoord

vanzelfsprekend

  1. iets dat geen verdere uitleg nodig heeft
    • Het is vanzelfsprekend dat niemand weet hoe die jongen heet die net de winkel overviel. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.