vanitas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

vanitas
Uitspraak
Woordafbreking
  • va·ni·tas
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn
enkelvoud meervoud
naamwoord vanitas
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vanitas v

  1. vergankelijkheid
     Dan vraag je je af: wat is de plek van kunst in deze tijdelijke wereld?” De Jong geeft zelf het antwoord: “Je kunt het als een soort vanitas bekijken: ‘Laten we nú van het leven genieten.'”[1]
Uitdrukkingen en gezegden
  • vanitas vanitatum
ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid; gebakken lucht
  1.  Column: Vanitas vanitatum: Jan Cremer heeft ooit eens geschreven dat hij Het Cremer in zijn geheel als kunstwerk ziet. Dat was toen de vooruitzichten nog goed waren voor zijn museum in het Balengebouw op de kop van de Museumlaan.[2]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 6 oktober 2021 Weblink bron Pauline Bijster “Wegwerpkunst” (27/05/2011), HP de Tijd
  2. Bronlink geraadpleegd op 6 oktober 2021 Weblink bron “Column: Vanitas vanitatum” (15-11-2012), Tubantia