vangst
Uiterlijk
- vangst
- In de betekenis van ‘het vangen’ voor het eerst aangetroffen in 1600 [1]
- Naamwoord van handeling van vangen met het achtervoegsel -st [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vangst | vangsten |
| verkleinwoord | vangstje | vangstjes |
de vangst v
- het vangen van iets
- De vangst van vis is erg zwaar werk.
- het gevangene, het resultaat van het vangen
- De vangst van de jacht van dit jaar was minder dan die van vorig jaar.
- Het woord vangst staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "vangst" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ "vangst" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ vangst op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Achtervoegsel -st in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bezieldheid: niet geanimeerd
- Metadomein: abstract
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %